|
Bijbelstudie
Toekomstverwachting |
|

|
|
DEEL
3 - EERSTE FASE JEZUS' TERUGKOMST
|
|
[Terug
Bijbelstudies] [Deel 2] [Verhouding
Christus vs gemeente] [Volken
en Israël] [Eerste fase]
[Nu
niet volmaakt] [Kinderen des
lichts/toorns] [Parallellen
Jezus' eerste komst] [Tenslotte]
[Deel 4]
|
|
De terugkeer van
de Here Jezus op aarde gaat in twee fases, beide beschreven in de
bijbel. In dit hoofdstuk gaan we ons richten op de eerste fase. De
eerste fase is bedoelt voor al diegenen die Hem tot hun heil
verwachten; deze personen worden in de bijbel ook wel aangeduid als de
Gemeente, de bruid of het Lichaam (let wel: dit zijn niet alle mensen
die naar de kerk gaan). Na de eerste fase
(minstens zeven jaar later) komt de Here Jezus terug voor de héle
wereld. Dat noemen we de tweede fase.
Waarom
moeten er twee fases zijn? Omdat Jezus met de Gemeente een andere
verhouding heeft en omdat Hij met hen een ander doel heeft, dan met
Israël en de volkeren. Het hoofddoel voor de Gemeente is om de
verlossing totaal te maken.
|
|
VERHOUDING VAN DE
HERE JEZUS TOT DE GEMEENTE Als je deel wilt krijgen aan de eerste
fase, moet je in de juiste verhouding met de Heer leven. De verhouding
van de Here Jezus m.b.t. de Gemeente is, dat die mensen Hem aannemen
als hun verlosser. Zij accepteren dat Jezus’ lijden en sterven aan
het kruis, in hun plaats heeft plaatsgevonden. De Here Jezus is
Heer en Hoofd van de Gemeente geworden.
Direct nadat de
Heilige Geest uitgestort is, op het pinksterfeest, en Petrus in vuur
en vlam gaat evangeliseren, zegt hij: Hand 2: 36
Dus
moet ook het ganse huis Israël zeker weten, dat God Hem, én tot Here
én tot Christus (=gezalfde/ verlosser) gemaakt heeft, deze Jezus, die
gij gekruisigd hebt. (De eerste
christenen waren allemaal joodse mensen, daarom heeft Petrus het hier
over ‘het huis Israël’. )
Verder lezen we
in vers 37 en 38 Toen ze dit hoorden, werden ze diep in hun hart
getroffen, en zij zeiden tot Petrus en de andere apostelen: wat moeten
wij doen, mannen broeders? En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een
ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot
vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes
ontvangen.
De Heilige Geest,
die je ontvangt als je tot geloof komt, is de Geest van de
wedergeboorte. Het gaat in dit bijbelgedeelte over de mensen, die het
woord aanvaardden (d.w.z. horen én doen). Door hun daden werd
openbaar dat ze erbij hoorden.
Dus horen en
instemmend knikken, helpt niet. Het gaat om je daden (vruchten van je
bekering), want dat is het bewijs dat je Christus hebt aanvaard als je
Heer.
De Here Jezus
vormt samen met de Gemeente een organisme. Je behoort daarbij als je
mede bent gestorven en mede bent opgewekt in Christus. 2 Tim 2: 11
Betrouwbaar is
dit woord; want indien wij met Hem gestorven zijn, dan zullen wij ook
met Hem leven; De Gemeente is
daarom geen organisatie, maar een levend organisme. Die
levensgemeenschap gaat door alle kerkmuren heen. Daar wordt in de
bijbel ook steeds naar verwezen. Hij is de Bruidegom en de gemeente is
de Bruid. En die twee worden tot één levensorganisme om vruchten
voort te brengen.
Een ander
voorbeeld staat in Joh 15: 5 Ik ben de
wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in mij blijft, terwijl ik in hem
blijf, die zal veel vrucht dragen; want zonder mij kunt gij niets
doen. Ook de volgende
tekst verwijst naar het levensorganisme dat de Here Jezus vormt samen
met zijn Gemeente.
Kolos 1: 18a
(over Jezus) en Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente...
De Here Jezus is
het Hoofd en wij, de Gemeente, zijn zijn Lichaam.
Wij zijn gekocht
en betaald door Jezus’ leven en door zijn sterven (zijn bloed, dat
vloeide na het kruis); dat is de kostbaarste prijs die ooit betaald
is. Omdat Hij die heeft betaald, heeft Hij eigenlijk recht op ons.
Maar toch wil Hij dat je vrijwillig kiest. Het is belangrijk dat je
die keuze maakt. En dat je daarna ook vrijwillig Hem wil volgen, door
te doen wat Hij zegt. Luc
6: 46 Wat noemt gij Mij Here, Here, en doet niet wat Ik zeg?
Soms hoor je
mensen of regeringen van bepaalde landen, hoogdravende godsdienstige
woorden spuien, maar uit hun daden blijken hele andere dingen. Daar
verlangt de Heer niet naar. We lezen verder in de verzen 47 t/m
49:
Een ieder, die tot Mij komt en mijn woorden hoort en ze doet, Ik zal u
tonen aan wie hij gelijk is. Hij is gelijk aan iemand, die bij het
bouwen van een huis diep gegraven en het fundament op de rots gelegd
heeft. Toen een watervloed kwam en de stroom tegen dat huis aansloeg,
kon hij het niet aan het wankelen brengen, omdat het goed gebouwd was.
Doch wie hoort en het niet doet, is gelijk aan iemand, die een huis op
de grond bouwt zonder fundament. Toen de stroom daar tegenaan sloeg,
stortte het terstond in en het huis werd een grote bouwval.
Het komt er dus
op aan dat je doet wat God zegt.
Het Hoofd bepaald
wat het Lichaam doet. Hieruit is direct af te leiden of de Gemeente
Hem liefheeft.
Joh 14: 23 Jezus
antwoordde en zeide tot hem: indien iemand Mij liefheeft, zal hij mijn
woord bewaren en mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem
komen en bij hem wonen.
Als je de Here
Jezus echt liefhebt, dan bewaar je zijn woord; je houdt je eraan vast,
geniet ervan, kom je met anderen daarom bijeen, en onderzoek je het.
Het moet ons brandende maken, want daar staat of valt een
liefdesrelatie mee. (Vergelijk het
maar met een liefdesbrief van je geliefde die op reis is, die laat je
niet maanden liggen voordat je hem leest;
maar ‘je hart wordt brandende in je ‘.)
Over de relatie
tussen Christus en de gemeente wordt ook geschreven in Ef 5. Lees de
verzen 25, 26, 31 en 32
Mannen, hebt uw
vrouw lief, evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich
voor haar overgegeven heeft, om haar te heiligen, haar reinigende door
het waterbad met het woord, … Daarom zal een man zijn vader en zijn
moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot een
vlees zijn Dit geheimenis
is groot, doch ik spreek met het oog op Christus en de gemeente.
De Here Jezus
kreeg (door zijn verlossingswerk op aarde), van God, diegene die voor
Hem bestemd was: de Gemeente. Ze zijn een eenheid samen.
De Here
Jezus zegt niet alleen: “Komt allen tot Mij”, maar “Blijf in
Mij”. Dit is een geweldige en heerlijke opdracht. Zonder Hem kunnen
we niets doen, maar wie in Hem blijft brengt veel vrucht voort. Mensen
denken vaak: “ik moet allerlei opdrachten doen”, maar dat is niet
zo; dat zijn misschien ‘goede werken’. Maar het gaat erom wat we
in Christus doen. Hij heeft die vruchten allang voorbereid, wij moeten
er ‘alleen’ in wandelen. En dat
doen we door in Hem te blijven, want Hij wandelt met ons over de weg
heen, en dan ontstaan ze vanzelf.
|
|
[top]
|
|
DE
VOLKEN EN ISRAEL De volkeren en het nog steeds verblinde Israël
(samen, alle personen die niet bij de Gemeente horen) herkennen de
Here Jezus niet als Heer. Nu hebben zij Hem
nog niet aanvaard. En wie Hem niet erkent als Heer, die staat (of hij
dat nu wil of niet) onder de macht van deze wereld. (God regeert nu
nog niet totaal over deze wereld. Denk aan Gen 3: 17 En tot de mens
zeide Hij (God): Omdat gij naar uw vrouw hebt geluisterd en van de
boom gegeten, waarvan Ik u geboden had : Gij zult daarvan niet eten,
is de aardbodem om uwentwil vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan
eten zolang gij leeft. God is (ook)
momenteel almachtig, maar Hij laat het onrecht toe.
Wanneer
Hij wél regeert en zijn almacht laat gelden, dan heeft iedereen
welvaart. Hierover gaan we in een volgend hoofdstuk de bijbel
onderzoeken.)
|
|
[top]
|
|
DE
EERSTE FASE
De Here Jezus komt
terug; dat staat vast. Dit is niet alleen theorie, maar het moet
werkelijkheid worden. Over de eerste
fase van Jezus’ wederkomst lezen we in: 1 Tess 4: 13 t/m 17
Doch wij willen u
niet onkundig laten, broeders, wat betreft hen, die ontslapen, opdat
gij niet bedroefd zijt, zoals de andere mensen, die geen hoop hebben.
Dit gaat dus niet over alle mensen die ontslapen (gestorven) zijn,
maar over degenen die hoop hebben. De hoop is enorm belangrijk.
Want indien wij
geloven, dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal God ook zó hen, die
ontslapen zijn, door Jezus wederbrengen met Hem. De Here Jezus is nu
in de hemel. Waar zal God diegenen dus samengebrengen met Hem? In de
hemel.
Want dit zeggen
wij u met een woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de
komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, (Stel
dat de Here Jezus vandaag zou komen, dan zijn wij de levenden. Wij
zullen niet eerder gaan, dan de gestorvenen) want de Here zelf zal op
een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener
bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus
gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; (Let goed op: ‘degenen die
in Christus gestorven zijn’, dus nog niet alle gestorvenen) daarna
zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in
een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó
zullen wij altijd met de Here wezen.
Op dit punt in de
tijd zal nog niet ‘elk oog Hem zien’, nee, Hij komt in de lucht en
wij zullen de Heer tegemoet gaan. Wat er dus precies gebeurt bij de
eerste fase is het volgende: de Here Jezus neemt de Gemeente bij zich.
We noemen dit ook wel: de opname van de Gemeente.
De klank van de
bazuin van God, wordt door de Gemeente herkent, door de anderen niet.
God is een God
van orde. Eerst gaan de ontslapen gelovigen en daarna de levenden. Ze
ontmoeten elkaar in de lucht. En zij zullen vanaf dat moment, altijd
met de Here zijn. Hoofd en Lichaam
komen samen. Het Hoofd wordt niet alleen verenigd met het Lichaam,
maar ook worden alle leden van het Lichaam met elkaar verenigd. (Bij de tweede
fase komen Hoofd en Lichaam samen terug, in heerlijkheid, om te gaan
functioneren op aarde. Dit is een geweldige roeping voor hen die niet
zien en toch geloven.)
Jezus wil dat de
zijnen de plek zien, waar Hij was voordat Hij als dienstknecht op
aarde kwam. Zo lezen we in: Joh 14: 2, 3
(Jezus zegt:) In het huis mijns Vaders zijn vele woningen – anders
zou ik het u gezegd hebben – want ik ga heen om u plaats te
bereiden; en wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik
weder en zal u tot mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben.
De Here Jezus
zegt, terwijl Hij nog op aarde is: “Ik ga straks heen, naar mijn
Vader en dan ga ik plaats voor u bereiden. Wees maar niet ongerust er
is genoeg plaats”, er is geen woningnood in de hemel, er is voor u
allemaal plek en ook voor vele anderen. De Heer wil juist velen
verwelkomen. En Jezus vervolgt: “En als Ik plaats bereid heb” (dit
gaat over een periode), “dan kom Ik weder”. Dit laatste gaat over
de wederkomst (de terugkeer) van de Here Jezus. En Jezus gaat
verder: “en zal u tot Mij nemen, opdat gij zijn moogt, waar Ik
ben”. Over welke plaats spreekt Hij; waar is Hij op dat moment? In
de hemel. Waar brengt Hij dus deze gelovigen naar toe? Naar de hemel!
Voor degenen die nu in Hem geloven heeft Hij een huis bereid in de
hemel. Jezus zegt: “Ik zal u tot Mij nemen”. Hij roept ons; wij
komen; en we ontmoeten elkaar in de lucht. En we gaan naar de woningen
die Hij bereid heeft voor degenen die Hem liefhebben.
God wil
fantastische dingen geven. Zie 1 Kor 2: 9
Wat geen
oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart
is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem
liefhebben.
|
|
[top]
|
|
NU
NOG NIET VOLMAAKT Op dit moment is van onze kant gezien de
verlossing nog niet volledig voltooid. (De Here Jezus heeft tijdens
zijn sterven de straf voor de zonden op zich genomen, dat is het
eerste deel van de verlossing, maar de mensen hebben nog geen
onvergankelijk lichaam ontvangen.) Van Godswege is de verlossing wél
voltooid. Hij staat buiten de tijd;
Hij is niet aan tijd gebonden.
Luc 21: 28b …uw
verlossing genaakt. De verlossing is
dus nog niet volmaakt. De Gemeenteleden moeten nog aan Jezus gelijk
worden. Ze krijgen het volkomen zoonschap en zullen delen in zijn
heerlijkheid!
Fil 3: 20, 21
Want wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de
Here Jezus Christus als verlosser verwachten, die ons vernederd
lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam
gelijkvormig wordt, naar de kracht waarmede Hij ook alle dingen Zich
kan onderwerpen. De gemeente
verwacht een onvergankelijk lichaam. Maar het moet eerst nog van het
vergankelijk lichaam verlost worden. Bij de eerste fase wordt de
gemeente verlost van het sterfelijk lichaam (dat fouten gemaakt
heeft).
Rom 8:23b ...wij
zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing
van ons lichaam. Rom 8: 19 Want
met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden
van de zonen Gods.
Alles wacht op de
schepping zoals God die oorspronkelijk bedoeld heeft.
1 Kor 15: 50 t/m
54 Dit spreek ik evenwel uit, broeders: vlees en bloed kunnen het
Koninkrijk Gods niet beërven en het vergankelijke beërft de
onvergankelijkheid niet. Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen
zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, in
een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal
klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij
zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke moet
onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid
aandoen. En zodra dit vergankelijke onvergankelijkheid aangedaan
heeft, en dit sterfelijke onsterfelijkheid aangedaan heeft, zal het
woord werkelijkheid worden, dat geschreven is: De dood is verzwolgen
in de overwinning. Zoals we nu zijn
(vlees en bloed) kunnen we het Koninkrijk van God niet beërven, we
zullen totaal veranderd worden. Dit is een geweldig gebeuren. Men
verandert in onvergankelijkheid, maar ieder in zijn eigen volgorde:
1 Kor 15:
22 t/m 24 Want evenals in
Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt
worden. Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling,
vervolgens die van Christus zijn bij zijn komst; daarna het einde,
wanneer Hij het koningschap aan God, de Vader overdraagt.
|
|
[top]
|
|
KINDEREN DES LICHTS /
KINDEREN DES TOORNS Van nature zijn we kinderen
des toorns. Joh 3: 36
Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie aan de
Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods
blijft op hem.
Het is belangrijk
om elke dag gereinigd te worden, door het bloed van Christus (= door
zijn offer aan het kruis aan te nemen als plaatsvervangend voor
jezelf)
Ef 2: 1 t/m 7 Ook
u, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en zonden,
waarin gij vroeger gewandeld hebt overeenkomstig de loop dezer
wereld, overeenkomstig de overste van de macht der lucht, van de
geest, die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid,
(trouwens, ook wij allen hebben vroeger daarin verkeerd, in de
begeerten van ons vlees, handelende naar de wil van het vlees en van
de gedachten, en wij waren van nature, evenzeer als de overigen,
kinderen des toorns), God echter, die rijk is aan erbarming, heeft, om
zijn grote liefde, waarmede Hij ons heeft liefgehad, ons, hoewel wij
dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus,
(door genade zijt gij behouden),
en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de
hemelse gewesten, in Christus Jezus, om in de komende eeuwen de
overweldigende rijkdom zijner genade te tonen naar zijn
goedertierenheid over ons in Christus Jezus. De duivelse macht
(nu nog de overste van de aarde [dit is een afspraak die God met hem
heeft gemaakt; het is een positie die hij van God tijdelijk gekregen
heeft]), die beïnvloedt voor de eerste fase van de terugkeer van
Jezus, de wereld. Hij stookt de mensheid op om oorlog te maken. God
wil geen oorlog, maar vrede. Van nature was de
Gemeente zoals de volkeren. Maar met Jezus opgestaan (omdat je zijn
offer aanvaard hebt), leef je door Hem. Dan heb je nu al een plaats
gekregen in de hemelse gewesten en ben je een hemelburger.
Jezus komt om
zijn Gemeente te verlossen van de komende toorn.
Na de eerste fase
zal Gods toorn over de aarde komen. (Dan begint de ‘bevalling’). 1 Tess 1: 10
…en uit de hemelen zijn Zoon te verwachten, die Hij uit de doden
opgewekt heeft, Jezus, die ons verlost van de komende toorn.
God zal zijn
toorn niet over de Gemeente doen komen; de Gemeente gelooft dat Hij
haar, door genade, daarvan verlost heeft.
1 Tess 5: 9
…want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot het verkrijgen
van zaligheid door onze Here Jezus Christus,
Openb 6: 15, 16
(alle mensen zeggen) verberg ons … voor de toorn van het Lam;
Jezus wil dat we
geen deel hebben aan de toorn van het Lam, daarom heeft Hij alles
volbracht, toen Hij stierf aan het kruis. De toorn is toen,
plaatsvervangend, op Hem gekomen.
De eerste
fase van zijn wederkomst is het afmaken van het verlossingswerk. Het
Hoofd moet verenigd worden met het Lichaam.
|
|
[top]
|
|
PARALLELLEN
MET DE EERSTE KOMST VAN CHRISTUS Als de Here Jezus voor de
eerste keer op aarde komt, dan is dat ook in twee fasen. Destijds
waren er ook mensen die Hem tot hun heil verwachten. Daarom hadden zij
deel aan de eerste fase van zijn eerste komst. Luc 2: 25 t/m 38
En zie, in
Jeruzalem was een man, Symeon genaamd: deze man was rechtschapen en
vroom, wachtend op de vertroosting van Israel, en de Heilige Geest was
op hem. Hij nu had door den Heiligen Geest de openbaring ontvangen dat
hij den dood niet zou zien voordat hij den Gezalfde des Heeren
aanschouwd had. Door den Geest gedreven, kwam hij nu in den tempel, en
toen de ouders het kind Jezus binnenbrachten om naar het door de wet
voor geschreven gebruik met hem te handelen, nam hij hem in zijn armen
en prees God met deze woorden: Nu laat Gij, Heer, uw dienstknecht,
naar uw woord, in vrede heengaan: want mijn ogen hebben uw heil
aanschouwd, dat Gij bereid hebt ten aanschouwen van alle volken: een
licht tot openbaring voor de heidenen, en tot verheerlijking van uw
volk Israel. Zijn vader en moeder waren verwonderd over hetgeen van
het kind gezegd werd, en Symeon zegende hen en zeide tot Maria, de
moeder van het kind: Zie, hij is bestemd tot een val en een opstanding
van velen in Israel en tot een teken dat weersproken wordt
--ja, ook door uw ziel zal een zwaard gaan--opdat uit veler
harten de overleggingen openbaar worden. Daar was ook een profetes, Anna, dochter van Fanuel uit den stam Azer. Zij was hoogbejaard, had
met haar man van haar maagdelijken staat af zeven jaren geleefd en was
nu tot haar vierentachtigste jaar weduwe gebleven. Zij week niet uit
den tempel, waar zij in vasten en bidden nacht en dag God diende. Zij
dan kwam terzelfder ure nader, loofde God en sprak over het kind tot
allen die de verlossing van Jeruzalem verwachtten. Anna en Symeon
werden door de Heilige Geest op de hoogte gebracht en zij aanschouwden
de Heiland.
De Here Jezus is
in eerste instantie maar aan een hele beperkte groep mensen
geopenbaard. Naast Anna en Symeon waren dat natuurlijk ook Jozef en
Maria, de herders en de drie wijzen. De
kennis was
niet bepalend in die dagen, want de farizeeërs wisten het veel beter
dan bijvoorbeeld de drie wijzen uit het oosten. De wijzen waren tot
nadenken gezet door de tekenen. Ze herkenden de tekenen in de hemel,
en daarom dachten dat er iets bijzonders gebeurd moest zijn. Er moest
een koning geboren zijn. Daarom zijn zij op zoek gegaan. Als ze het
teken aan de hemel niet meer zien, gaan ze naar het paleis in
Jeruzalem, naar Herodes, want ze verwachten dat daar de koning wel
geboren zal zijn. Maar dat is niet zo. Herodes vraagt aan de
toenmalige theologen, de farizeeërs, wat dat kan zijn. Zij
antwoorden: “Hij is niet geboren, maar als Hij geboren zou zijn dan
staat er geschreven…”. De boekrol van Jesaja werd aangehaald. Ze
wisten het dus, en toch herkenden ze het niet. Dat is eigenlijk
tragisch. Omdat hun hart
verre van Hem was, hebben ze geen deel aan de eerste fase! Het duurde 30
jaar voordat de Here Jezus in het openbaar optrad. Het doet dan
wonderen en tekenen, geneest zieken, dreef boze geesten uit enz.
Iedereen kon zien wie Hij was. Men kon zien en geloven. Dit is de
tweede fase.
Zo zal het ook
gaan met de tweede komst, die valt ook in twee fasen uiteen. Eerst
komt de Here Jezus voor diegenen die Hem tot hun heil verwachten. Dat
zijn zijn kinderen. Jezus is hun Heiland, hun Verlosser. In die
verhouding staan zij met de Here Jezus.
We moeten we het
bevel bewaren om Hem te blijven verwachten. Fil 3: 20
Maar
ons vaderland is de hemel, waaruit wij ook als redder den Heer Jezus
Christus verwachten, Heb 9: 28
zo zal ook de Christus, nadat hij eenmaal geofferd is om veler
zonden weg te nemen, ten tweeden male verschijnen, nu niet om de
zonden der mensen, maar tot redding van hen die Hem verwachten.
Openb 3: 10
Omdat gij het bevel bewaard hebt om Mij te blijven verwachten,
zal ook Ik u bewaren voor de ure der verzoeking, die over de gehele
wereld komen zal, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen.
Tijdens
die eerste fase van de tweede komst is de ontmoetingsplaats niet op
aarde, maar in de lucht. Daarna komt er op aarde een tijd waarin de
antichrist openbaar komt (‘de ure der verzoeking’). En daarna komt
de Here Jezus terug op aarde en dan zal elk oog Hem zien. Maar dat
gaan we later bestuderen.
|
|
[top]
|
|
TEN
SLOTTE Het christendom
bestaat uit twee soorten: ten eerste, zei die een relatie met Christus
hebben, die een organisme vormen met Hem, en ten tweede de grote
wereldorganisatie.
Maar God kent de
zijnen; wij mogen daarover niet oordelen. Zie wat God zelf daarover
zegt: Matt 13: 24 t/m
30 Nog een gelijkenis hield Hij hun voor en Hij zeide: Het Koninkrijk
der hemelen komt overeen met iemand, die goed zaad gezaaid had in zijn
akker. Doch terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand en zaaide er
onkruid overheen, midden tussen het koren, en ging weg. Toen het graan
opkwam en vrucht zette, toen kwam ook het onkruid te voorschijn.
Daarna kwamen de slaven van de eigenaar en zeiden tot hem: Heer, hebt
gij niet goed zaad in uw akker gezaaid? Hoe komt hij dan aan onkruid?
Hij zeide tot hen: Dat heeft een vijandig mens gedaan. De slaven
zeiden tot hem: Wilt gij dan, dat wij het bijeenhalen? Hij zeide:
Neen, want bij het bijeenhalen van het onkruid zoudt gij tevens het
koren kunnen uittrekken. Laat beide samen opgroeien tot de oogst. En
in de oogsttijd zal ik tot de maaiers zeggen: Haalt eerst het onkruid
bijeen en bindt het in bossen om het te verbranden, maar brengt het
koren bijeen in mijn schuur. In de volgende
verzen volgt de uitleg van Jezus: Vers 36 t/m 43
Toen liet Hij de scharen gaan en ging naar huis. En zijn discipelen
kwamen bij Hem en zeiden: Maak ons de gelijkenis van het onkruid in de
akker duidelijk. Hij antwoordde en zeide: Die het goede zaad zaait, is
de Zoon des mensen; de
akker is de wereld; het goede zaad, dat zijn de kinderen van het
Koninkrijk; het onkruid zijn de kinderen van de boze; de vijand, die
het gezaaid heeft, is de duivel; de oogst is de voleinding der wereld;
de maaiers zijn de engelen. Zoals nu het onkruid verzameld wordt en
met vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voleinding der wereld. De
Zoon des mensen zal zijn engelen uitzenden en zij zullen uit zijn
Koninkrijk verzamelen al wat tot zonde verleidt en hen, die de
ongerechtigheid bedrijven, en zij zullen hen in de vurige oven werpen;
daar zal het geween zijn en het tandengeknars.
Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het
Koninkrijk huns Vaders. Wie oren heeft, die hore!
God kent de
zijnen. Hij zegt dat hier ook. De akker is de wereld. God gaat tarwe
zaaien.
’s Nacht komt
de boze en midden in het tarweveld, midden in de gemeente gaat hij
onkruid zaaien. Ogenschijnlijk zijn beide gewassen precies hetzelfde.
Daarom zegt Jezus tegen de discipelen, dat zij niet mogen oordelen,
want ze zouden zich vergissen. Maar straks aan het eind, dan gaat het
verschil komen. Dat wordt het tarwe naar de hemelse schuur gebracht,
en het onkruid wordt bijeengehaald om geoordeeld te worden. Dit is fase één.
Hier wordt openbaar wie een verbinding heeft en wie geen verbinding
heeft met de Here Jezus.
Er zijn mensen
die God aanroepen, zij zeggen: “Here, Here”, maar zij hebben geen
band met Hem.
Matt 7: 21
t/m 23 Niet een ieder, die
tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan,
maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is.
Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Here, Here, hebben
wij niet in uw naam geprofeteerd en in uw naam boze geesten
uitgedreven en in uw naam vele krachten gedaan?
En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat
weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid. Deze mensen horen
bij het christendom, misschien zijn zij van naam heel vroom; maar ze
zijn niet verbonden aan Christus!
Er zijn theologen
die zeggen, dat we niet kunnen weten wanneer de wederkomst van
Christus plaats zal hebben, omdat het ‘komt als een dief in de
nacht’.
Maar waar zij op
doelen is:
1 Tess 5: 2
immers, gij weet zelf zeer goed, dat de dag des Heren zo komt, als een
dief in de nacht. Paulus schrijft
hier over de dag des Heren. En daarmee wordt de periode bedoeld die
volgt ná de opname van de Gemeente (de ure der verzoeking). De mensen
die dan nog op aarde zijn, verwachten niets van God, want velen
geloven zelfs niet in Hem. De dag des Heren is de periode waarin God
de mensheid met geweld probeert wakker te schudden, zodat ze zich tot
Hem bekeren.
Deze mensen
worden daardoor overvallen, als een dief die komt in de nacht, omdat
ze het totaal niet verwachten.
Verder schrijft
Paulus aan de gelovigen, zo lezen we in vers 4:
Maar gij,
broeders, zijt niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief
overvallen zou.
Voor degenen die
de Here Jezus tot hun heil verwachten, komt Hij niet als een dief in
de nacht.
Het is niet voor
niets dat de Here zegt in Hos 4: 6a: Mijn volk gaat te
gronde door het gebrek aan kennis. Het is daarom
belangrijk om zelf de bijbel te onderzoeken en niet klakkeloos aan te
nemen wat iemand vertelt. Ook dit moet je niet zomaar aannemen. De
Here Jezus zei altijd: “er staat geschreven…”. Op deze manier
moeten we ook met dit onderwerp bezig gaan.
De Gemeente moet
(als het goed is) een reclamebord zijn voor God, door de werken die
zij doet. Zij is door genade behouden; wedergeboren, een nieuwe
schepping. God zegt in Joh 15: ‘Wie in Mij blijft,
draagt veel
vrucht’. Je
verhouding tot
God bepaalt of je bij de eerste fase of bij de tweede fase zult zijn.
Het is van
essentieel belang!
|
|
[Deel 2] [top]
[Deel 4]
|
|
|
|
|
|
|