|
DE
ANTICHRIST KOMT OP - SCHIJNVREDE - OORLOG De antichrist krijgt zeven jaren om te heersen, zonder de
weerhouder (=de Heilige Geest), die hem weerstand kan bieden. Er komt
dan eerst een schijnvrede. Deze periode duurt drieënhalf jaar. De
antichrist gaat dé oplossingen brengen in het midden oosten. De
antichrist is niet een of andere Hitler, maar hij lijkt een heel vroom
mens. Hij profileert zich als de christus. Velen nemen hem aan. Het
lijkt alsof zijn rijk hét is.
2 Tess 2: 8 t/m
11 Dan zal de wetteloze zich openbaren; hem zal de Here Jezus doden
door de adem zijns monds en machteloos maken door zijn verschijning,
als Hij komt. Daarentegen
is diens komst naar de werking des satans met allerlei krachten
tekenen en bedrieglijke wonderen,
en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die
verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard
hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden.
En daarom zendt God hun een dwaling, die bewerkt, dat zij de
leugen geloven. De antichrist
komt met grote wonderen en tekenen op. En God zorgt ervoor dat
iedereen die de waarheid niet heeft aanvaard, de leugen aanneemt.
Luc 18: 8b
Doch,
als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?
Alle denominaties
gaan samen. Er komt één grote wereldkerk, zonder Christus. Want er
zal in die tijd één godsdienstig stelsel zijn en daaruit komt de
antichrist voort.
Als de Gemeente
weggenomen is, is er dus nog wel geloof, maar niet het ware geloof (in
Christus).
In de bijbel
wordt over deze wereldkerk geschreven. Ze wordt gesymboliseerd door
een vrouw, die de bedenker is van allerlei verkeerde denkbeelden die
in het Woord van God worden gestopt. Zij heeft zogezegd overspel
gepleegd. Johannes verbaast zich erover wat er van het godsdienstig
stelsel geworden is. De vrouw staat voor macht en verleiding. Ze is nu
al in de wereld; ze vertegenwoordigd al 2000 jaar de religieuze
systemen en het uiterlijke vertoon van macht en weelde.
Openb 17: 3 t/m 6
En hij voerde mij in de geest weg naar een woestijn. En ik zag een
vrouw zitten op een scharlakenrood beest, dat vol was van
godslasterlijke namen, en het had zeven koppen en tien horens. En de
vrouw was gehuld in purper en scharlaken en rijk versierd met goud,
edelgesteente en paarlen, en zij had in haar hand een gouden beker,
vol gruwelen, en de onreinheden van haar hoererij. En op haar
voorhoofd was een naam geschreven, een geheimenis: het grote Babylon,
moeder van de hoeren en van de gruwelen der aarde. En ik zag de vrouw
dronken van het bloed der heiligen en van het bloed der getuigen van
Jezus.
Vele martelaren
zullen sterven, want de vrouw wordt zelfs dronken van al hun bloed.
Het gaat om bedwelmend veel bloed; zoveel dat ze er dronken van wordt.
(Er zijn ook al
veel martelaren gestorven. Denk aan de brandstapels van vroeger
tijden.)
Openb 18: 1 t/m
3
Hierna zag ik een andere engel, die grote macht had, nederdalen uit
de hemel, en de aarde werd door zijn lichtglans verlicht. En hij riep
met sterke stem, zeggende:
Gevallen, gevallen is de grote stad Babylon en zij is geworden een
woonplaats van duivelen, een schuilplaats van alle onreine geesten en
een schuilplaats van alle onrein en verfoeid gevogelte, omdat van de
wijn van de hartstocht harer hoererij al de volken gedronken hebben en
de koningen der aarde met haar gehoereerd hebben en de kooplieden der
aarde rijk geworden zijn uit de macht harer weelderigheid. De vrouw heeft
iedereen dronken gevoerd.
Na drieënhalf
jaar keert het tij.
Openb 12: 7 t/m
12 En er kwam oorlog in de hemel; Michaël en zijn engelen hadden
oorlog te voeren tegen de draak; ook de draak en zijn engelen
voerden
oorlog, maar hij kon geen standhouden, en hun plaats werd in de hemel
niet meer gevonden. En de grote draak werd op de aarde geworpen,
de
oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld
verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem. En ik
hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is verschenen het heil en
de kracht en het koningschap van onze God en de macht van zijn
Gezalfde; want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht
aanklaagde voor onze God, is nedergeworpen.
En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door
het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad,
tot in de dood. Daarom, verheugt u, gij hemelen en wie daarin wonen.
Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u nedergedaald in grote
grimmigheid, wetende, dat hij weinig tijd heeft. De oorlog die
gevoerd wordt in de hemel, wordt niet wordt niet gevoerd in het
gedeelte waar God is, maar het stuk heelal net om de aarde heen. (Denk
aan de 3de en de 7de hemel enz.) Vanuit de hemelse gewesten wordt de
duivel op aarde geworpen. Hij heeft nog maar een korte tijd om te
regeren.
Dan 9: 24 t/m 27
En hij* zal het
verbond voor velen zwaar maken, een week lang; in de helft van de week
zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden; en op een vleugel van
gruwelen zal een verwoester komen, en wel tot aan de voleinding toe,
en waartoe vast besloten is, dat zal zich uitstorten over wat woest
is.
*(‘Hij’ is
een vorst die komen zal. Er wordt in voorafgaande bijbelgedeelte een
verbond gesloten met Jeruzalem. Verder gaat het over de verwoesting
van Jeruzalem en van de tempel.)
Dit gedeelte
vertelt ons dat de vorst die zal komen (de antichrist) een verbond zal
maken met Israël, waarmee de zevenjarige periode zal beginnen, dat
dit verbond vervolgens halverwege de zeven jaar verbroken zal worden
door de herbouwde tempel in Jeruzalem te ontheiligen.
Over het laatste
lezen we ook in:
2 Tess 2: 3, 4
Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval
komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des
verderfs, de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of
voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om
aan zich te laten zien, dat hij een god is. De antichrist
neemt zelf plaats op de troon van de herbouwde tempel in Jeruzalem.
|
|
ISRAËL
EN HEIDENEN BEKEREN ZICH/ OORDELEN VAN GOD Er zullen tijdens de
zevenjarige periode, op aarde, verschrikkelijke dingen gebeuren. Tijdens die
periode komen ook oordelen van God. Dat is bedoeld om slapers wakker
te maken. Heel de wereld zal dan weten dat God bestaat. De wereld erkent
dat God deze periode zijn toorn gaat uitstorten, want iedereen roept
het uit: verberg ons voor de toorn van het Lam.
Men vraagt zelfs,
of de bergen op hun willen vallen:
Openb 6: 15, 16
En de koningen der aarde en de groten en de oversten over
duizend en de rijken en de machtigen en iedere slaaf en vrije
verborgen zich in de holen en de rotsen der bergen; en zij zeiden tot
de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het
aangezicht van Hem, die gezeten is op de troon, en voor de toorn van
het Lam.
Niemand ontkent
God meer. En toch kun je dan nog ontkomen aan de toorn van het Lam.
In Israël
verschijnen ‘de twee getuigen’. Men denkt daarbij aan Elia en
Mozes of Henoch (daar zijn de meningen over verdeeld). Zij verschijnen
zichtbaar in Jeruzalem en zij krijgen gedurende de eerste drieënhalf
jaar volledige bescherming van de Here God. Zij krijgen macht om grote
tekenen te doen.
Openb 11: 3
Mijn twee getuigen zal ik opdracht geven het rouwkleed aan te
trekken en al die twaalfhonderdzestig dagen mijn boodschap te
verkondigen.
Na deze periode
geeft God de antichrist toestemming om hen te doden. Ze liggen drie
dagen dood in de straten van Jeruzalem. Men viert feest over dit
gebeuren. Maar dan komt er weer een levensgeest in hen en gaan ze naar
de hemel. Daarna komt er een aardbeving.
Dat is te lezen
is het volgende bijbelgedeelte:
Openb 11: 5 t/m
13
En indien iemand
hun schade wil toebrengen, komt er vuur uit hun mond en het verslindt
hun vijanden; en indien
iemand hun schade wil toebrengen, moet hij zo de dood vinden. Dezen hebben de
macht de hemel te sluiten, zodat er geen regen valt gedurende de
dagen
van hun profeteren; en zij hebben macht over de wateren, om die in
bloed te veranderen en om de aarde te slaan met allerlei plagen, zo
dikwijls zij willen. En wanneer zij hun getuigenis zullen voleindigd
hebben, zal het beest, dat uit de afgrond opkomt, hun de oorlog
aandoen en het zal hen overwinnen en hen doden. En hun lijk zal liggen
op de straat der grote stad, die geestelijk genaamd wordt Sodom en
Egypte, alwaar ook hun Here gekruisigd werd. En uit de volken
en stammen en talen en natien zijn er, die hun lijk zien, drie en een
halve dag, en zij laten
niet toe, dat hun lijken in een graf worden bijgezet. En zij, die op de
aarde wonen, zijn blijde
en verheugd over hen en zullen elkander geschenken zenden, omdat deze
twee profeten hen, die op de aarde wonen, gepijnigd hadden. En na die drie en een halve dag voer een levensgeest uit God in
hen, en zij gingen op hun voeten staan en grote vrees viel op allen,
die hen aanschouwden. En zij hoorden een luide stem uit de hemel tot
hen zeggen: Klimt hierheen op! En zij klommen naar de hemel op in de
wolk, en hun
vijanden aanschouwden hen.
En te dien ure
kwam er een grote aardbeving en een tiende deel der stad stortte in,
en zevenduizend personen werden door de aardbeving gedood, en de
overigen werden zeer bevreesd en gaven de God des hemels eer.
In het volgende
bijbelgedeelte lezen we over de bekering van Israël:
Hos 3: 1 t/m 5 (De
HERE zeide tot mij: Ga weder heen, bemin een vrouw, die zich door een
ander laat beminnen en overspelig is , gelijk de HERE de Israelieten
bemint , die zich tot andere goden wenden en minnaars zijn van
druivenkoeken. Toen kocht ik haar voor vijftien zilverstukken en
anderhalve homer gerst. En ik zeide tot haar: Vele dagen zult gij
blijven zitten; gij zult geen ontucht bedrijven, geen man toebehoren;
en ook ik zal tot u niet komen. Want
vele dagen zullen de Israelieten blijven zitten zonder koning en
zonder vorst, zonder offer en zonder gewijde steen, zonder efod of
terafim.) Daarna zullen de
Israelieten zich bekeren , en de HERE, hun God, zoeken, en David, hun
koning, en bevende komen tot de HERE en tot zijn heil, in de dagen der
toekomst.
God doet hen tot
inkeer komen, wanneer Hij een rechtvaardig oordeel over de aarde laat
komen. Zie hierover ook de volgende tekst:
Jes 10: 20 t/m 23
En het zal te dien dage geschieden, dat de rest van Israel en wat van
Jakobs huis ontkomen is, niet langer zullen steunen op hem die ze
sloeg, maar in waarheid steunen zullen op de HERE, de Heilige Israels.
Een rest zal zich bekeren, de rest van Jakob, tot de sterke
God. Want, al ware uw volk, o Israel , als het zand der zee, een rest
daaronder zal zich bekeren; verdelging is vast besloten, overvloeiende
van gerechtigheid. Ja, een verdelging die vast besloten is, voltrekt
de Here, de Here der heerscharen, in het midden van de ganse aarde.
Israël is al
tweeduizend jaar verblind voor het feit dat Jezus hun Messias is. God
heeft dat zelf gewild, want het evangelie moest ook aan de heidenen
(aan ons) worden gebracht en anders zou dat niet gebeurd zijn. Maar
wanneer ‘de volheid der heidenen’ binnengegaan is, zal God de
blinddoek bij zijn volk weghalen, en dan komen ze massaal tot
bekering. Zie:
Rom 11: 25 t/m 28
Want, broeders, opdat gij
niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit
geheimenis; een gedeeltelijke verharding is over Israel gekomen,
totdat de volheid der heidenen binnengaat,
en aldus zal gans Israel behouden worden, gelijk geschreven
staat: De Verlosser zal uit Sion komen,
Hij zal goddeloosheden van Jakob afwenden. En dit is mijn
verbond met hen, wanneer Ik hun zonden wegneem. Zij zijn naar het
evangelie vijanden om uwentwil, naar de verkiezing zijn zij geliefden
om der vaderen wil.
Er zijn ook
144.000 eerstelingen uit het joodse volk, die tot bekering zijn
gekomen. Openb 7: 4
En ik hoorde het getal van hen, die verzegeld waren:
honderdvierenveertigduizend waren verzegeld uit alle stammen der
kinderen Israëls. Ook zij zijn door
God verzegeld. Dat betekent dat hen niets kan gebeuren. Zij
verkondigen de wereld dat er redding is.
Het evangelie
wordt wereldwijd weer gebracht. En we lezen dat velen uit de volken
(heidenen) ook nog tot geloof zullen komen. Velen worden nog
martelaren, in die tijd. Ze sterven voor hun geloof.
Over deze
martelaren hebben we al gelezen, maar meer over hen kun je lezen in:
Openb 7: 9 t/m 17
Daarna zag ik, en
zie, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle volk en
stammen en natien en talen stonden voor de troon en voor het Lam,
bekleed met witte gewaden en met palmtakken in hun handen. En zij
riepen met luider stem en zeiden: De zaligheid is van onze God,
die op de troon gezeten is, en van het Lam!
(En al de engelen
stonden rondom de troon en de oudsten en de vier dieren, en zij
wierpen zich op hun aangezicht voor de troon en aanbaden God,
zeggende: Amen, de lof en de heerlijkheid, en de wijsheid en de
dankzegging, en de eer en de macht en de sterkte zij onze God tot in
alle eeuwigheden! Amen.)
En een van de
oudsten antwoordde en zeide tot mij: Wie zijn dezen, die bekleed zijn
met de witte gewaden, en vanwaar zijn zij gekomen?
En ik sprak tot
hem: Mijn heer, gij weet het. En hij zeide tot mij : Dezen zijn het,
die komen uit de grote verdrukking; en zij hebben hun gewaden gewassen
en die wit gemaakt in het bloed des Lams. Daarom zijn zij voor de
troon van God en zij vereren Hem dag en nacht in zijn tempel; en Hij,
die op de troon gezeten is, zal zijn tent over hen uitspreiden. Zij
zullen niet meer hongeren en niet meer dorsten, ook zal de zon niet op
hen vallen, noch enige hitte,
want het Lam, dat
in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen voeren naar
waterbronnen des levens ; en God zal alle tranen van hun ogen
afwissen.
|
|
KRONEN
EN KRANSEN De Gemeente komt niet in de ‘ure der verzoeking’.
Dat betekent dat de Gemeente niet meer op aarde is ten tijde van de
verdrukking. Dat hebben we ook gezien in voorgaande hoofdstukken.
Zo lezen we in:
Openb 3: 10 Omdat
gij het bevel bewaard hebt om Mij te blijven verwachten, zal ook Ik u
bewaren voor de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen
zal, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen.
Als de Gemeente
door de Here Jezus is meegenomen naar de plaats die Hij voor haar
bereid heeft, krijgt zij van God kronen en kransen.
Paulus zegt
wanneer hij gaat sterven:
2 Tim 4: 7, 8
Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb mijn loop ten einde
gebracht, ik heb het geloof behouden; voorts ligt voor mij gereed de
krans der rechtvaardigheid, welke te dien dage de Here, de
rechtvaardige rechter, mij zal geven, doch niet alleen mij maar ook
allen, die zijn verschijning hebben liefgehad. Hij weet dat er
een krans voor hem gereed ligt. En zo is dat het geval voor allen die
de Here Jezus liefhebben. Je krijgt je krans of kroon bij de bèma.
Dat is het griekse woord voor verhoging. Bij de sport zie je ook
altijd zo’n verhoging, waarop de medailles worden uitgereikt. Er
liggen allemaal verschillende kronen klaar. Zo krijgt iemand die als
martelaar gestorven is, bijvoorbeeld
een martelaarskroon. je krijgt deze kroon niet door onze eigen
werken, maar door de Here Jezus. Daarom legt iedereen de kroon die hij
ontvangt ook direct weer af. Want door genade is men behouden. De
Gemeente erkent Jezus: “Alles is voor U, door U en tot U”. Men
erkent dat er geen eigen verdienste of eigen eer aan te pas komt.
Rom 11: 33 t/m 36
O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe
ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn
wegen! Want: wie heeft de zin des Heren gekend? Of wie is Hem tot
raadsman geweest? Of wie heeft Hem eerst iets gegeven, waarvoor hij
vergoeding ontvangen moet? Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn
alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen.
Meer
bijbelteksten die gaan over de kronen en kransen (beloningen) die
klaarliggen:
Openb 22:12
Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij om een ieder te
vergelden, naardat zijn werk is. Luc 14: 12 t/m 14
(Hij zeide ook tot die Hem genodigd had: Wanneer gij een
middagmaaltijd of avondmaaltijd aanricht, roep dan niet uw vrienden of
uw broeders of uw verwanten of uw rijke buren; die zouden immers op
hun beurt u ook kunnen uitnodigen en gij zoudt terugbetaling
ontvangen. Maar wanneer gij een gastmaal aanricht , nodig dan
bedelaars, misvormden, lammen
en blinden.) En gij zult zalig zijn, omdat zij niets hebben om u terug
te betalen. Want het zal u
terugbetaald worden bij de opstanding der rechtvaardigen.
(Zie ook Luc 19
11 t/m 27: de gelijkenis van de talenten).
1 Petr 5: 4
En wanneer de opperherder verschijnt, zult gij de
onverwelkelijke krans der heerlijkheid verwerven.
Openb 2:10
Wees niet bevreesd voor hetgeen gij lijden zult. Zie, de duivel
zal sommigen uwer in de gevangenis werpen, opdat gij verzocht wordt,
en gij zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees getrouw tot de
dood en Ik zal u geven de kroon des levens.
|
|
DE
BRUILOFT VAN HET LAM Als de verdrukking voorbij is gebeurt het
volgende:
Matt 24: 29 t/m
31 Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden
en de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel
vallen en de machten der hemelen zullen wankelen. En dan zal het teken
van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle
stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des
mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en
heerlijkheid . En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid
bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier
windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere.
Alle mensen die
tijdens de verdrukking tot Jezus hebben bekeerd, en die zijn
gestorven, die worden ook nog opgenomen van de aarde, om bij Jezus en
de Gemeente gevoegd te worden.
Openb 20: 4 En ik
zag tronen, en zij zetten zich daarop, en het oordeel werd hun
gegeven; en ik zag de zielen van hen, die onthoofd waren om het
getuigenis van Jezus en om het woord van God, en die noch het beest
noch zijn beeld hadden aangebeden en die het merkteken niet op hun
voorhoofd en op hun hand ontvangen hadden; en zij werden weder levend
en heersten als koningen met Christus, duizend jaren lang. Allen zullen zij
deel hebben aan het geweldige toekomstplan, zodat ook zij samen met
Jezus als zonen van God terugkeren naar de aarde, om dan te regeren
met Hem. Hierover lezen we in (alvast vooruitlopend op Hoofdstuk 5):
Rom 8: 19 Want
met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden
der zonen Gods.
Voordat ze naar
de aarde terugkeren vindt eerst de bruiloft van het Lam plaats in de
hemel.
Openb 19: 5 t/m 9
(En een stem ging uit van de troon, zeggende: Looft onze God, al zijn
knechten, die Hem vreest, gij kleinen en gij groten! En ik hoorde als
een stem van een grote schare en als een stem van vele wateren en als
een stem van zware donderslagen, zeggende: Halleluja! Want de Here,
onze God, de Almachtige, heeft het koningschap aanvaard.)
Laten wij blijde
zijn en vreugde bedrijven en Hem de eer geven, want de bruiloft des
Lams is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt; en haar is
gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want
dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligen. En hij
zeide tot mij: Schrijf, zalig zij, die genodigd zijn tot het
bruiloftsmaal des Lams. En hij zeide tot mij: Dit zijn de waarachtige
woorden van God.
Bruid en
Bruidegom worden samen verenigd.
|