|
Na het
duizendjarig vrederijk wordt de satan, die al die tijd vastgebonden
zat in de abysses, nog eenmaal losgelaten. Zodat de mensen kunnen
kiezen, want God wil geen robots. De satan roept op tot oorlog, en
velen zullen zich dan tegen de Here Jezus keren. Dan worden nog eens de
boeken geopend, net zoals bij de scheiding van de bokken en de
schapen. Eerst worden alle levenden geoordeeld en daarna de doden.
|
|
SATAN
VERZAMELT DE ZIJNEN EN WORDT VEROORDEELD Openb 20: 7 t/m 10
En
wanneer de duizend jaren voleindigd zijn, zal de satan uit zijn
gevangenis worden losgelaten, en hij zal uitgaan om de volkeren aan de
vier hoeken der aarde te verleiden, Gog en Magog, om hen tot de oorlog
te verzamelen, en hun getal is als het zand der zee.
En zij kwamen op over de breedte der aarde en omsingelden de
legerplaats der heiligen en de geliefde stad; en vuur daalde neder uit
de hemel en verslond hen, en
de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en
zwavel, waar ook het beest en de valse profeet zijn, en zij zullen dag
en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheden. Niet alleen is
dit het einde van de satan, maar hier komt openbaar wat de volkeren
echt willen. Ze hebben de Here
Jezus gezien, ze hebben zijn regering, zijn heilstaat, meegemaakt. Zo
gauw de satan komt, de grote bok, roept hij op tot oorlog. “Weg met
de Zoon en zijn heiligen, kom op we vernietigen ze”. Je zou denken
dat niemand gehoor geeft aan die oproep. Maar toch komt er een hele
groep achter hem aan. Zij worden vlak daarna geoordeeld. Ze worden
voor eeuwig van God gescheiden, daar hebben ze zelf voor gekozen. Zij
gaan dan naar de Gehenna, de poel des vuurs, wat in de volksmond de
hel heet. Dit is de tweede dood, waaruit geen opstanding mogelijk is. Over welke volken
gaat dit nu. Er staat geschreven: ‘satan gaat naar de vier hoeken
der aarde. Ze worden 'Gog en Magog' genoemd.
Gog en
Magog is een beeld van hoe het vroeger was, een afschaduwingsdienst
van het volgende: In het midden van Israël, woonde God in zijn
tabernakel. Hoe dichter je bij God woonde, des te heiliger was je en
des meer had je Hem lief. De algemene gedachtegang hier is: hoe
dichter je bij de Heer bent, des te dichter leef je om Jeruzalem heen.
De hoekvolken staan heel ver van Hem af. Dat zijn eigenlijk mensen die
veinzen. Ze moesten Jezus wel aanbidden, ze hadden geen keuze, want er
was niemand anders ten tijde van het duizendjarig vrederijk. Als de
Here God, de satan nog een keer loslaat, dan moet de keuze gemaakt
worden. Dan wordt duidelijk dat die mensen die ver weg zijn, alsnog
geweldenaars worden en optrekken om Christus van de troon te
stoten.(Het kan zijn dat deze mensen bewust of geestelijk ver weg
wonen, misschien is het wel en / en, want ten tijde van het
duizendjarig rijk gaat God ook de rijken indelen om Jeruzalem heen).
|
|
DE
WERKEN OPENBAAR De mensen die niet voor de satan kiezen, laten
duidelijk uit hun werken zien, dat zij niet ongehoorzaam willen zijn
aan de Zoon. En zij gaan dan ook vanuit het duizendjarig vrederijk
over naar de nieuwe aarde. Het is beslist
niet zo dat iedereen die voor de grote witte troon komt verloren is.
Denk maar aan Rachab de hoer. Zij heeft nooit de Here Jezus aangenomen
of het zondaarsgebed gebeden (ze leefde vóór het kruis), zij hield
ook de wet van Mozes niet. Maar wat kwam er openbaar, wat ze aan de
minste van haar broeders had gedaan. Als teken van iemand die door het
oordeel heen gaat, hing uit haar raam het scharlaken rode koord. Uit
haar leven kwam openbaar wat ze liever had. Zo ook de moordenaar aan
het kruis, ook hij bad niet het zondaarsgebed, maar uit zijn
gezindheid bleek dat hij zijn heiland herkende en erkende. Als je altijd
vredelievend bent geweest en je ziet twee vorsten, één die oproept
tot oorlog en de Here Jezus, dan zal je voor de Here Jezus kiezen,
wanneer je je keuze moet maken.
Zo zullen
ook de mensen die altijd gewelddadig zijn geweest, hebben willen
stoten en verdrukken, en nu moeten kiezen, dan kiezen voor de grote
verdrukker.
|
|
HET
OORDEEL OVER DE DODEN Na de scheiding van de overgebleven (nog
niet eerder geoordeelde) levenden, worden de doden geoordeeld. Dan
gaan weer de boeken der werken open. Dit staat beschreven in:
Openb 20: 11 t/m
15 En ik zag
een grote witte troon en Hem, die daarop gezeten was,
voor wiens aangezicht de aarde en de hemel vluchtten, en geen
plaats werd voor hen gevonden. En ik zag de doden, de groten en de
kleinen, staande voor de troon, en
er werden boeken geopend. En nog een ander boek werd geopend, het boek
des levens; en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen
in de boeken geschreven stond, naar hun werken. En de zee gaf de
doden, die in haar waren, en de dood en het dodenrijk gaven de doden,
die in hen waren, en zij werden geoordeeld, een ieder naar zijn
werken. En de dood en het dodenrijk werden in de poel des vuurs
geworpen. Dat is de tweede dood: de poel des vuurs. En wanneer iemand
niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij
geworpen in de poel des vuurs.
|