|
Bijbelstudie |
|

|
|
DOOD
EN DODENRIJK
|
|
[Terug Bijbelstudies] [Opstanding en
dood] [De dood] [Plaats
dodenrijk] [Dodenrijk]
[Hel] [Grote kloof]
[Tartarus] [Jezus
overwint]
|
|
OPSTANDING
EN DOOD Om goed te kunnen begrijpen hoe het zit met de doden,
moeten we eerst het volgende bestuderen. 1 Kor 15: 12 t/m
28
Indien nu van
Christus gepredikt wordt, dat Hij uit de doden is opgewekt, hoe komen
sommigen onder u (dit gaat over gelovigen) ertoe te zeggen, dat er
geen opstanding der doden is? Indien er geen opstanding der doden is,
dan is ook Christus niet opgewekt. En indien Christus niet is
opgewekt, dan is immers onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud
is ook uw geloof. Dan
blijken wij ook valse getuigen van God te zijn, want dan hebben wij
tegen God in getuigd, dat Hij de Christus opgewekt heeft, die Hij toch
niet heeft opgewekt, indien er geen doden opgewekt worden. Immers,
indien er geen doden opgewekt worden, dan is Christus
ook niet opgewekt; en
indien Christus niet is opgewekt, dan is uw geloof zonder vrucht, dan
zijt gij nog in uw zonden. Dan zijn ook zij, die in Christus ontslapen
zijn, verloren. Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus
gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen. Maar
nu, Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen, die
ontslapen zijn. Want, dewijl de dood er is door een mens, is ook de
opstanding der doden door een mens. Want evenals in Adam allen
sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar
ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die
van Christus zijn bij zijn komst; daarna het einde, wanneer Hij het
koningschap aan God de Vader overdraagt, wanneer Hij alle
heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben. Want Hij moet als koning heersen, totdat Hij al zijn vijanden
onder zijn voeten gelegd heeft. De
laatste vijand, die onttroond wordt, is de dood,
want alles heeft Hij aan zijn voeten onderworpen. Maar wanneer
Hij zegt, dat alles onderworpen is, is blijkbaar Hij uitgezonderd, die
Hem alles onderworpen heeft. Wanneer alles Hem onderworpen is, zal ook
de Zoon zelf Zich aan Hem onderwerpen, die Hem alles onderworpen
heeft, opdat God zij alles in allen.
Er is dus een
algemene opstanding (alle mensen zullen opstaan), maar ieder in zijn
eigen rangorde. De eerste opstandelingen uit de dood, is de groep
mensen die bij Christus wederkomst (eerste fase) bij zijn Gemeente
behoren. Daarna volgen er nog tussengroepen. Wij hebben het in dit
hoofdstuk over de laatste groep opstandelingen uit de dood.
1 Kor 15: 55
Dood, waar is uw
overwinning? Dood, waar is uw prikkel? Als de dood
iemand in het dodenrijk heeft, dan heeft hij gewonnen. Maar er is geen
overwinning meer, omdat iedereen opgestaan is.
Nadat de satan
nog eenmaal is vrijgelaten, wordt hij samen met ‘de dood’ voorgoed
weggedaan.
De ‘prikkel des
doods’ betekent dat we nog allemaal dood kunnen gaan. Maar dat kan
dan ook niet meer.
Daarna volgt een
nieuwe hemel en een nieuwe aarde. God is dan alles in allen. De
toekomende eeuwigheid. Er heeft
een definitieve scheiding plaatsgevonden van Licht en Duisternis.
Tussen satan en zijn trawanten en iedereen die voor hem kiezen én
tussen degenen die bij God en de Here Jezus willen horen. Dan is er
geen dood meer, geen duisternis, geen vergankelijkheid. God is alles
en Hij is in allen. Hoe dat precies is dat is nog een groot
geheimenis.
|
|
[top]
|
|
DE
DOOD Enkele basisprincipes over de dood.
In de bijbel
wordt de dood vaak als een macht, als een persoon genoemd, die onder
satan staat. Daarom lezen we ook dat de dood straks in de tweede dood
wordt gegooid, de poel des vuurs, de hel (in het grieks ‘gehenna’).
We lezen ook dat wanneer Jezus is opgestaan uit de dood, de dood de
sleutels van het dodenrijk niet meer heeft, maar dat de Here Jezus de
sleutels heeft. Dat lezen we in:
Openb 1: 17, 18 En toen ik (Johannes)
Hem (de Here Jezus) zag, viel ik als dood voor zijn voeten; en Hij
legde zijn rechterhand op mij en zeide: Wees niet bevreesd, Ik ben de
eerste en de laatste, en de levende, en Ik ben dood geweest, en zie,
Ik ben levend tot in alle eeuwigheden, en Ik heb de sleutels van de
dood en het dodenrijk.
Dat de dood een
macht is kunnen we lezen in de volgende bijbelteksten:
Jes 38: 18
Want het
dodenrijk looft U niet, de dood prijst U niet; wie in de groeve zijn
neergedaald, hopen niet op uw trouw. Hier zien we dat
de dood een macht is, want hij prijst niet.
Ps 49: 15
Maar God zal mijn
leven verlossen uit de macht van het dodenrijk, want Hij zal mij
opnemen.
Hebr 2: 14 en 15
Daar nu de
kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke
wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de
macht over de dood had, de duivel, zou onttronen, en allen zou bevrijden, die gedurende hun ganse leven door
angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren. (De hoofdmacht is
de satan, maar hij heeft veel ‘trawanten’.
)
Het ontstaan van
de dood:
Rom 5: 12 Daarom, gelijk
door een mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de
dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen
gezondigd hebben;
Iedereen begaat
zonden, en daarom heeft iedereen deel gekregen aan de straf op de
zonden: de dood. Dat is het gevolg op de zonde. Maar net zoals het bij
God een voldongen feit is dat Jezus leeft, en dat de dood overwonnen
is, en dat daar een periode tussen zit, was het omgekeerd net zo. Want
er staat geschreven dat op het moment dat Adam en Eva van de verboden
vrucht zouden eten, ze ogenblikkelijk zouden sterven. Toch zijn ze oud
geworden. Maar op het moment dat ze van de vrucht aten, waren ze van
de levenskern afgesneden. Ze waren ‘dood’. Het duurde nog een
lange tijd voordat het openbaar kwam. Zo is het
omgekeerd ook. Op het
moment dat de Here Jezus onze redder was bij zijn kruisdood en
opstanding, was de dood overwonnen. Maar het duurt nog een tijd
voordat het zichtbaar wordt. (Een voorbeeld
ter illustratie: Als in de herfst de blaadjes van de bomen vallen, dan
is het proces van sterven al lang gebeurd. Er komt een waslaagje in
het takje dat ervoor zorgt dat de levenssappen er niet meer door
kunnen, daardoor gaat het blaadje verkleuren. Tenslotte valt, na een
tijdje, het blaadje van de tak af.)
Door het eten van
de vrucht werden Adam en Eva (en daardoor de hele mensheid) van het
Leven afgesneden. Dat staat in: 1 Kor 15: 21, 22
Want, dewijl de
dood er is door een mens, is ook de opstanding der doden door een
mens. Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus
allen levend gemaakt worden.
Maar de Here
Jezus is gekomen en Hij zei: “Ik ben het leven”. Als we ons weer
aansluiten aan Hem, is het proces hersteld. Het resultaat is eeuwig
leven. Dat lezen we in: Rom 6: 23
Want het
loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de genade, die God schenkt,
is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Here.
|
|
[top]
|
|
WAAR IS HET
DODENRIJK? Hier hebben we
nog altijd, gedeeltelijk, mee te maken.
Ef 4: 9
(over Christus)
Wat betekent dit: Hij is opgevaren, anders dan dat Hij ook
nedergedaald is naar de lagere, aardse gewesten?
De bijbel
schrijft over het dodenrijk altijd over de lagere aardse gewesten.
Altijd als in het oude testament over het dodenrijk wordt gesproken,
lezen we over lagen onder de aarde. En als er mensen naar toe gingen,
heette dat altijd ‘afdalen’.En af en toe, als er iemand uit het
dodenrijk kwam, lezen we dat ze ‘opkomen’.
Enkele
bijbelteksten: Spr 7: 27
Haar huis zijn wegen naar het dodenrijk, die afdalen naar de
binnenkameren van de dood. Gen 37: 35
(over Jakob) Al zijn zonen en al zijn dochters deden hun best
hem te troosten, maar hij weigerde zich te laten troosten, en zeide:
Neen, rouw dragend zal ik tot mijn zoon (Jozef) in het dodenrijk
neerdalen. En zijn vader beweende hem. Jakob en Jozef
zijn beide gelovigen van de periode vóór het kruis. Op dat moment in
de tijd ging je, als je stierf, als gelovige dus óók naar het
dodenrijk.
1 Sam 28: 8, 13b
(Saul roept Samuël op)
Toen vermomde
Saul zich, hij trok andere klederen aan en ging met twee mannen op
weg. Toen zij in de nacht bij die vrouw gekomen waren, zeide hij: Wil
mij waarzeggen met behulp van de geest van een dode, en laat mij
opkomen die ik u noemen zal… Vrees niet; maar wat ziet gij? De vrouw
antwoordde Saul: Ik zie een bovennatuurlijk wezen uit de aarde
opkomen. (Saul vermomde
zich, omdat hij het oproepen van doden zelf verboden had.)
Het dodenrijk is
volgens de bijbel onder in de aarde.
In het hebreeuws
(OT) staat ‘Sheol’ (betekent: diepe kuil) en in het grieks (NT)
wordt gesproken over ‘Hades’(in bijbels Grieks verbonden met:
Orcus). Deze beide woorden komen in de
bijbel meer dan zestig keer voor. Het betekent ‘dodenrijk’.
(De
statenvertaling vertaalt deze beide woorden [Sheol en Hades] verkeerd.
Deze bijbelvertaling vertaalt het voor de helft als ‘hel’. En voor
de andere helft vertaalt deze het als ‘graf’. Maar het woord
‘hel’ is de vertaling van het Griekse woord ‘Gehenna’, dat
betekent de ‘poel des vuurs’, de tweede dood.) ‘Hades’
betekent letterlijk: het onwaarneembare.
Enkele
bijbelteksten waar in de grondtekst ‘Hades’ staat:
Matt 11: 23
En gij, Kafarnaum, zult gij tot de hemel verheven worden? Tot
het dodenrijk zult gij nederdalen; want indien in Sodom de krachten
waren geschied, die in u geschied zijn, het zou gebleven zijn tot de
dag van heden.
Matt 16: 28
Voorwaar, Ik zeg
u: Er zijn sommigen onder degenen, die hier staan, die de dood
voorzeker niet zullen smaken, voordat zij de Zoon des mensen hebben
zien komen in zijn koninklijke waardigheid.
Openb 1: 17, 18
En toen ik
Hem zag, viel ik als dood voor zijn voeten; en Hij legde zijn
rechterhand op mij en zeide: Wees niet bevreesd, Ik ben de eerste en
de laatste, en de levende,
en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheden,
en Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk.
|
|
[top]
|
|
HET DODENRIJK
KENT VERSCHILLENDE AFDELINGEN
De bijbel is er
duidelijk in dat het dodenrijk verschillende afdelingen heeft. De Here
Jezus vertelt ons een verhaal uit vroeger tijd in: Luc 16: 19 t/m 31
(Over de rijke man en de arme Lazarus)
De wet en de
profeten gaan tot Johannes; sinds die tijd wordt het evangelie
gepredikt van het Koninkrijk Gods en ieder dringt zich erin.
Gemakkelijker zouden hemel en aarde vergaan, dan dat er van de wet een
tittel zou vallen.En ieder, die zijn vrouw wegzendt, en een andere
trouwt, pleegt echtbreuk; en wie een vrouw, die door haar man
weggezonden is, trouwt, pleegt echtbreuk. En er was een rijk man, die
gekleed ging in purper en fijn linnen en elke dag schitterend feest
hield.En er was een bedelaar, Lazarus genaamd, vol zweren, nedergelegd
bij zijn voorportaal, die verlangde zijn honger te stillen met wat van
de tafel van de rijke afviel; zelfs kwamen de honden zijn zweren
likken. Het geschiedde, dat de arme stierf en door de engelen gedragen
werd in Abrahams schoot. Ook de rijke stierf en hij werd begraven. En
toen hij in het dodenrijk zijn ogen opsloeg onder de pijnigingen, zag
hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot. En hij riep en zeide:
Vader Abraham, heb medelijden met mij en zend Lazarus opdat hij de top
van zijn vinger in water dope en mijn tong verkoele, want ik lijd pijn
in deze vlam. Maar Abraham zeide: Kind, herinner u, hoe gij het goede
tijdens uw leven hebt ontvangen en insgelijks Lazarus het kwade; nu
wordt hij hier vertroost en gij lijdt pijn. En bij dit alles, er is
tussen ons en u een onoverkomelijke kloof, opdat zij, die vanhier tot
u zouden willen gaan, dit niet zouden kunnen, en zij vandaar niet aan
onze kant zouden kunnen komen. Doch
hij zeide: Dan vraag ik u, vader, dat gij hem naar het huis van mijn
vader zendt, want ik heb vijf broeders. Laat hij hen dan ernstig
waarschuwen, dat ook zij niet in deze plaats der pijniging komen.Maar
Abraham zeide: Zij hebben Mozes en de profeten, naar hen moeten zij
luisteren. Doch hij zeide: Neen, vader Abraham, maar indien iemand van
de doden tot hen komt, zullen zij zich bekeren. Doch hij zeide tot
hem: Indien zij naar Mozes en de profeten niet luisteren zullen zij
ook, indien iemand uit de doden opstaat, zich niet laten gezeggen.
De rijke man en
de arme Lazarus konden in het dodenrijk niet bij elkaar komen, want er
zat een diepe kloof tussen, een diepe put. We weten niet of dit
letterlijk een diepe kloof of een diepe put is. Misschien is het wel
een geestelijke barrière. Maar ze konden in ieder geval niet bij
elkaar komen. In het dodenrijk is het niet: ‘rust zacht’, zoals je
vaak op grafstenen ziet staan, maar je rust niet, want je hebt beter
weet van de dingen, dan wanneer je op aarde leefde. Denk maar aan de
rijke man, toen was hij verblind door z’n feestjes en z’n
welvaart. Toch herkende hij in het dodenrijk, de arme Lazarus. Dus hij
kende destijds óók die arme bedelaar. In het dodenrijk bemerkt hij
dat Lazarus vertroost wordt, en hijzelf wordt niet vertroost. Er zijn
dus twee afdelingen.
Afdeling 1: de
goede kant, vaak vertaald als ‘de schoot van Abraham’, soms
aangeduid als het ‘paradijs’ (let wel: dit is niet het paradijs in
de hemel).
Afdeling 2: de
verkeerde kant; hier verblijven de niet-gelovigen die dood zijn.
(Let op:
dit is dus niet de ‘hel’, zoals de statenvertaling vertaald; daar
komt ook de gedachte vandaan dat iedereen die daar verblijft, eeuwig
verloren is. Dat is dus niet zo!)
|
|
[top]
|
|
DE TWEEDE DOOD
Het letterlijke
woord ‘hel’ komt niet in de bijbel voor. De volksmond bedoelt
hiermee: het eeuwig verloren zijn. De bijbel noemt dit in het grieks
‘Gehenna’ (NT) en in het hebreeuws ‘Tofeth’ (OT). Er staat dus
in de bijbel geschreven over een eeuwig oordeel. Dit is de tweede
dood, waaruit geen opstanding mogelijk is. Dit is een eeuwig bestaan,
zonder God; nooit meer in Zijn licht zijn. Dit is iets vreselijks, wat
we ons niet voor kunnen stellen. Of het letterlijk een poel van vuur
is dat weten we niet. Het is in elk geval een verschrikkelijke plek.
Je zal, als je daar bent, nooit meer tot het echte Leven kunnen komen,
en nooit meer deel hebben aan de Schepper en aan Zijn schepping.
Die plek is, voor
zover we kunnen weten, nu nog leeg. In Openb 19: 20 lezen we wanneer
daar voor het eerst schepselen naar toe gaan: En het beest werd
gegrepen en met hem de valse profeet, die de tekenen voor zijn ogen
gedaan had, waardoor hij hen verleidde, die het merkteken van het
beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbaden; levend werden zij
beiden geworpen in de poel des vuurs, die van zwavel brandt. Hier staat in de
grondtekst ‘Gehenna’ .
Nog meer
bijbelteksten waar in de grondtekst ‘Gehenna’staat:
Matt 5: 22
Maar Ik zeg u:
Een ieder, die in toorn
leeft tegen zijn broeder, zal vervallen aan het gerecht. Wie tot zijn
broeder zegt: Leeghoofd, zal vervallen aan de Hoge Raad, en wie zegt:
Dwaas, zal vervallen aan het hellevuur. Hier wordt het
volgende mee bedoeld: wanneer je je alleen maar met je broeder bezig
houdt en je jezelf niet verandert, eindig je tenslotte in het eeuwige
oordeel.
Matt 25: 41
Dan zal
Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn, zeggen: Gaat weg van
Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en
zijn engelen bereid is.
|
|
[top]
|
|
EEN GROTE KLOOF Een andere
afdeling in het dodenrijk is de grote kloof
(ook: ‘diepe put’ genoemd). In het hebreeuws staat er in de
grondtekst ‘Abadon’ (OT); en in het grieks staat er ‘Abysses’(NT)
(Abussos),
in het Latijns 'Abyssum'.
Het is een plek
die de twee afdelingen van de ‘Hades’ (het dodenrijk) scheidt. De
bijbel zegt niet of dat een geestelijke barrière is, of dat het
letterlijk een diepe kloof is. Het woord
‘Abysses’ wordt in de grondtekst gebruikt in het volgende
bijbelgedeelte: Openb 20: 1 t/m 3 En ik zag een
engel nederdalen uit de hemel met de sleutel des afgronds en een grote
keten in zijn hand; en hij greep de draak, de oude slang , dat is de
duivel en de satan , en hij bond hem duizend jaren, en hij wierp hem
in de afgrond en sloot en verzegelde die boven hem , opdat hij de
volkeren niet meer zou verleiden, voordat de duizend jaren voleindigd
waren; daarna moest hij voor een korte tijd worden losgelaten.
De satan wordt
gebonden in de Abysses, voordat het duizendjarig rijk aanbreekt. Hij
kan daar gedurende duizend jaar niet weg. Hier wordt hij vastgehouden,
maar dit is niet zijn einddoel. (Zijn einddoel is de ‘Gehenna’,
die, zoals we net in Matt 25 gelezen hebben, speciaal voor hem gemaakt
is.)
Nog een
bijbeltekst waar in de grondtekst over ‘Abysses’ gesproken wordt:
Openb 9: 1 t/m 3 En de vijfde
engel blies de bazuin, en ik zag een ster, uit de hemel op de aarde
gevallen, en haar werd de sleutel van de put des afgronds
gegeven. En
zij opende de put des afgronds en er steeg rook op uit de put,
als de rook van een grote oven; en de zon en het zwerk werden
verduisterd door de rook van de put. En uit de rook kwamen sprinkhanen
op de aarde te voorschijn en hun werd macht gegeven, gelijk de
schorpioenen der aarde macht hebben.
Uit
bovenstaande bijbeltekst kun je opmaken dat er nu al boze machten
gebonden zijn in die put. Want ten tijde van de verdrukking wordt aan
een ster (dit is een engel) de sleutel gegeven om de deksel van die
put te openen. Met de sprinkhanen en schorpioenen worden geen echte
dieren bedoeld zoals wij ze kennen, maar duivelse machten die de
mensheid gaan pijnigen. Vooralsnog zijn zij gebonden op die plek.
Nog een interessante
bijbeltekst waar je de Abysses tegenkomt: Luc 8: 30 en 31
En Jezus vroeg hem: Wat is uw naam? Hij zeide: Legioen; want vele
geesten waren in hem gevaren.
En zij smeekten Hem, dat Hij hun niet gelasten zou in de afgrond
te varen. (De American Standard Version 1901 maakt er Abyss van,
een stuk duidelijker.) |
|
[top] |
|
TARTARUS De laatste plek
in het dodenrijk, waarover we in de bijbel lezen is de ‘Tartarus’
(Latijn: Tartarum).
Hierover kun je
o.a. lezen in:
Jud: (5,) 6 (Maar ik wil u te
binnen brengen (gij hebt het immers alles eens voor goed vernomen )
dat de Here een volk uit het land Egypte verlost heeft, maar een
andermaal hen, die niet tot geloof gekomen waren, verdelgd heeft; ) en dat Hij
engelen, die aan hun oorsprong ontrouw werden en hun eigen woning
verlieten, voor het oordeel van de grote dag met eeuwige banden onder
donkerheid heeft bewaard gehouden;
Het gaat hier
over een speciale plek waar gevallen engelen uit de tijd van de
zondvloed, gebonden zijn in donkerheid. (Deze gevallen engelen hadden
gemeenschap met vrouwen en hier zijn reuzen uit voortgekomen, die zeer
boosaardig waren.)
De ‘Tartarus’
wordt ook genoemd in:
2 Petr 2: 4
Want indien God
engelen, die gezondigd hadden, niet gespaard heeft, maar hen, door hen
in de afgrond te werpen, aan krochten der duisternis heeft overgegeven
om hen tot het oordeel te bewaren; Het gaat
hier weer over dezelfde afvallige engelen, die op deze duistere plek
bewaart worden totdat ze uiteindelijk, bij het oordeel, naar hun
eindbestemming, de ‘Gehenna’, gaan.
|
|
[top] |
|
JEZUS OVERWINT DE
DOOD - EEN GEWELDIG HEILSFEIT
Op het moment dat
de Here Jezus de dood overwint, werd de opstanding een heilsfeit.
Vanaf dat moment konden we ook het bewijs zien van de lichamelijke
opstanding die is ingezet. We lezen dat op dat moment
oudtestamentische heiligen, die gestorven waren, op de straten van
Jeruzalem verschenen. Dit is een bewijs van het feit dat Jezus de dood
heeft overwonnen.
Matt 27: 51 t/m
53 En zie, het
voorhangsel van de tempel scheurde van boven tot beneden in tweeën,
en de aarde beefde, en de rotsen scheurden, en de graven gingen open
en vele lichamen der ontslapen heiligen werden opgewekt. En zij gingen
uit de graven na zijn opstanding en kwamen in de heilige stad waar zij
aan velen verschenen.
Jezus nam
iedereen die in de ‘goede’ afdeling van het dodenrijk was (de
heiligen uit het OT), daaruit mee, en deze gingen naar het paradijs in
de hemel. Hierover lezen we in:???
Over die afdeling
van het dodenrijk heeft satan nu geen macht meer. Deze kant blijft ook
leeg.
Maar ze hebben op
dat moment echter nog geen onvergankelijk opstandingslichaam. Dat
krijgen ze bij de eerste fase van de wederkomst van Christus. Ook David en
Jakob zijn, toen zij stierven, afgedaald naar het dodenrijk. Ze wisten
dat ze daarheen zouden gaan, dat blijkt uit verschillende
bijbelteksten, waarin ze aangeven er niet naar uit te zien. Ze vonden
het vreselijk. Want ze wisten dat ze naar een gebied gingen waar de
dood, een macht die onder satan staat, de baas is. Van Jakob hebben
we eerder dit hoofdstuk al gelezen in Gen 37.
David geloofde
dat hij eens uit het dodenrijk verlost zou worden. Dat hij daar
inderdaad is geweest kunnen we lezen in:
Hand 13: 32 t/m
37 En wij
verkondigen u, dat God de belofte, die aan de vaderen geschied is ,
aan ons, hun kinderen, vervuld heeft door Jezus op te wekken, gelijk
in de tweede psalm geschreven staat: Mijn zoon zijt Gij; Ik heb U
heden verwekt. En dat Hij Hem uit de doden heeft opgewekt, zonder dat
Hij weer tot ontbinding zal wederkeren, heeft Hij aldus gezegd: Ik zal
U het heilige van David geven, dat betrouwbaar is;
en daarom zegt Hij ook in een andere psalm: Gij zult uw Heilige
geen ontbinding doen zien. Want David is, na voor zijn geslacht de
raad Gods gediend te hebben, ontslapen
en bij zijn vaderen bijgezet, en hij heeft wel ontbinding gezien;
maar Hij, die God heeft opgewekt,
heeft geen ontbinding gezien.
Zoals iedereen
die stierf moest ook Jezus afdalen naar het dodenrijk, maar Hij zou
daar niet blijven. Dit lezen we in:
Hand 2: 30 t/m 32
Daar hij (David)
nu een profeet was en wist , dat God hem onder ede gezworen had een
uit de vrucht zijner lendenen op zijn troon te doen zitten, heeft hij
in de toekomst gezien en gesproken van de opstanding van de Christus,
dat Hij niet aan het dodenrijk is overgelaten, noch zijn vlees
ontbinding heeft gezien. Deze Jezus heeft God opgewekt, waarvan wij
allen getuigen zijn.
Het dodenrijk is
nu al onder de heerschappij van Jezus, want toen de Here Jezus
afdaalde in het dodenrijk en de dood Hem niet kon houden, zijn de
heiligen bevrijd uit het dodenrijk. De dood moest zelfs de sleutels
aan de Here Jezus geven (dat hebben we eerder dit hoofdstuk gelezen in
Openb 1: 18). Doordat de opstanding van de Here Jezus heeft
plaatsgevonden, zijn we nu van Hem, verzegeld in Hem. Want God heeft
Hem alle macht gegeven en Hem gezet aan Zijn rechterhand. Dit lezen we
in:
Ef 1: 20, 21
die Hij heeft
gewrocht in Christus, door
Hem uit de doden op te wekken en Hem te zetten aan zijn rechterhand in
de hemelse gewesten, boven alle overheid en macht en kracht en
heerschappij en alle naam , die genoemd wordt niet alleen in deze,
maar ook in de toekomende eeuw.
De heiligen die
na Jezus’ dood en opstanding stierven, gaan niet meer naar het
dodenrijk, maar zij gaan direct naar het Paradijs in de hemel. De
‘goede’ kant van de Hades blijft dus leeg. Met het
vooruitzicht op de hemel kon Paulus (die leefde in de periode ná het
kruis) dan ook zeggen: “Sterven is gewin”.
Fil 1: 21 Want
het leven is mij Christus en het sterven gewin.
Als we in
Christus sterven, gaan we naar het paradijs in de hemel. (De plek waar
God zelf is, daar kunnen we nu nog niet komen. Dat gebeurt pas op het
moment dat men een onvergankelijk lichaam krijgt, bij de opname.) Maar
de poorten van het dodenrijk hoeft de gemeente niet meer in te gaan.
Dat lezen we in:
Matt 16: 18
En Ik zeg u, dat
gij Petrus zijt, en op deze petra zal Ik mijn gemeente bouwen en
de
poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen. De
gemeente zal
de macht ‘de dood’ niet meer zien. Als zij sterft dan ziet ze
Jezus. (Biologisch sterven de gelovigen natuurlijk nog wel.) Daarom is de
gemeente niet meer zo bedroefd, als degenen die geen hoop hebben. De
achterblijvers van degene die sterft, hebben natuurlijk wel verdriet,
maar dat is tijdelijk. Er is hoop voor hen, want eens zullen ze elkaar
ontmoeten in Christus.
In de volgende
bijbeltekst lezen we nogmaals over de hoop die we hebben, omdat Jezus
de dood heeft overwonnen:
Hebr 2: 14, 15
Daar nu de
kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke
wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de
macht over de dood had, de duivel, zou onttronen, en allen zou
bevrijden, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot
slavernij gedoemd waren.
Door de
opstanding van Jezus, is het ons beloofde eeuwige leven een feit. Dit
lezen we ook in: 2 Tim 1: (8,) 9,
10
(Schaam u dus
niet voor het getuigenis van onze Here of voor mij, zijn gevangene,
maar wees mede bereid voor het evangelie te lijden in de kracht van
God,)die ons behouden
heeft en geroepen met een heilige roeping, niet naar onze werken, maar
naar zijn eigen voornemen en de genade, die ons in Christus Jezus
gegeven is voor eeuwige tijden, doch
die nu geopenbaard is door de verschijning van onze Heiland, Christus
Jezus, die de dood van zijn kracht heeft beroofd en onvergankelijk
leven aan het licht gebracht heeft door het evangelie.
Ten tijde van het
oude testament was de genade al beloofd (de profeten schreven er al
over), maar het is aan het licht gekomen, toen Jezus het deed; toen
Hij riep: “het is volbracht”. Vanaf die tijd is de genade een
vaststaand feit! We gaan niet meer op weg naar de eeuwige toorn, maar
mogen het kado van God aannemen van het eeuwige leven dat Hij geeft.
Joh 11: 25, 26a
Jezus
zeide tot haar: Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft
zal leven, ook al is hij gestorven, en een ieder, die leeft en in Mij
gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven;
|
|
[top] |
|
|
|
Klik op de figuur voor een vergroting.
|